Interview

De rechter voor de rechter. Het voorrecht van rechtsmacht nader toegelicht

Bij Intersentia is in september 2022 het boek ‘De rechter voor de rechter’ van Francis Desterbeck (emeritus-eerste advocaat-generaal bij het hof van beroep te Gent) verschenen. Voorrecht van rechtsmacht is een bijzondere procedure die toegepast wordt bij de berechting van magistraten en hoge functionarissen. De regels van deze procedure werden vastgelegd in de artikelen 479 t.e.m. 503bis van het Wetboek van Strafvordering en bleven, ondanks meermaals aandringen van het Grondwettelijk Hof, sinds 1808 ongewijzigd.

Deze publicatie schetst het geheel van sterk verouderde rechtsregels betreffende de uitoefening van de publieke vordering, het gerechtelijk strafonderzoek en de bevoegdheid van de vonnisgerechten in geval van misdaden en wanbedrijven gepleegd door leden van de rechterlijke orde of sommige andere ambtenaren.

Het boek geeft op een bevattelijke manier de verbeteringen aan die zich opdringen om dit leerstuk opnieuw in overeenstemming te brengen met de beginselen die het actuele strafprocesrecht beheersen. De auteur behandelt de materie dankzij zijn ruime ervaring op een omvattende manier en wijst op de concrete probleempunten waar wetswijzigingen zich opdringen.

Wat is het voorrecht van rechtsmacht en op wie is het van toepassing?

Het voorrecht van rechtsmacht is een bijzonder vervolgingsstelsel, dat van toepassing is op magistraten en een aantal hoge ambtenaren. Het werd ingesteld om deze personen te behoeden voor lichtzinnige klachten en om te vermijden dat zij berecht worden door hun naaste collega’s, hetgeen naast een schijn van subjectiviteit ook aanleiding zou geven tot een al te grote strengheid of een onverantwoorde mildheid. Anders dan de titel van het stelsel laat vermoeden, houdt de regeling inzake voorrecht van rechtsmacht geen geprivilegieerde behandeling in van de personen op wie het van toepassing is.

Het voorrecht van rechtsmacht is toepasselijk op magistraten (ook plaatsvervangende, hoewel de wet dit niet uitdrukkelijk vermeldt), sommige magistraten op rust en bepaalde hoge ambtenaren. Concreet gaat het om de leden van de zittende en staande magistratuur, referendarissen bij het Hof van Cassatie, leden van het Rekenhof, de Raad van State, het Grondwettelijk Hof en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, referendarissen bij het Hof van Cassatie, leden van het auditoraat en het coördinatiebureau bij de Raad van State, referendarissen van het Grondwettelijk Hof en provinciegouverneurs.

Een stelsel met bijzondere kenmerken

Het voorrecht van rechtsmacht vertoont enkele weinig gekende bijzondere kenmerken, maar noch ons Grondwettelijk Hof noch het EHRM acht het stelsel in strijd met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Houders van het voorrecht worden in eerste en laatste aanleg berecht door het hof van beroep, en kennen dus geen dubbele aanleg. Een voorziening in cassatie is wel mogelijk volgens de normale regels.

De strafvordering wordt uitgeoefend door de procureur-generaal bij het hof van beroep, die zelf een opsporingsonderzoek kan voeren of een gerechtelijk onderzoek kan instellen. In dit geval gebeurt het onderzoek in de regel door een daartoe aangestelde raadsheer-onderzoeker bij het hof van beroep. Een klacht met burgerlijkepartijstelling is onmogelijk, net zomin als een rechtstreekse dagvaarding voor het vonnisgerecht.

Mededaders en medeplichtigen

Sinds een aantal jaren worden mededaders en medeplichtigen aan een misdrijf waarvoor een houder met voorrecht van rechtsmacht wordt vervolgd, en de daders van samenhangende misdrijven samen met de houder van het voorrecht vervolgd. De noodzaak van een goede rechtsbedeling verantwoordt de organisatie van een eenmalig en volledig proces, dat een coherente beoordeling van de feiten en de aansprakelijkheden verzekert.

Onze regeling inzake voorrecht van rechtsmacht gaat nog terug tot de napoleontische wetgeving uit 1808 en onderging, anders dan in Nederland en in Frankrijk, tot op heden geen fundamentele wijzigingen. Relatief recente wijzigingen inzake strafprocesrecht, zoals de zgn. Wet-Franchimont uit 1999, zijn aan het stelsel voorbijgegaan.

Tussenkomsten van het Grondwettelijk Hof

Het stelsel is dan ook sterk verouderd en het Grondwettelijk Hof is meermaals moeten tussenkomen om het bij de tijd te brengen. Dit maakt het leerstuk bijzonder ontoegankelijk voor niet-kenners. Zo bestond er in de tijd van Napoleon geen onderzoeksgerecht (raadkamer, kamer van inbeschuldigingstelling) om de bezwaren tegen inverdenkinggestelden te onderzoeken. Tot voor enkele jaren nam de procureur-generaal in zaken van voorrecht van rechtsmacht na een gerechtelijk onderzoek eigenmachtig de beslissing om een houder van het voorrecht en zijn of haar mededaders of medeplichtigen te dagvaarden, of om de zaak te seponeren. Tegen deze beslissing stond geen rechtsmiddel open.

Onder invloed van de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof moet de procureur-generaal nu de kamer van inbeschuldigingstelling vorderen om een buitenvervolgingstelling te verlenen of om de inverdenkinggestelden te verwijzen naar het hof van beroep, net zoals de procureur des Konings dat moet doen voor de raadkamer. Voor de KI ontstaat dan een tegensprekelijk debat over buitenvervolgingstelling of verwijzing naar het hof van beroep, dat ten gronde zal oordelen.

Wanneer een magistraat van een hof van beroep vervolgd wordt, geldt een speciale regeling, waarbij het Hof van Cassatie moet tussenkomen. De rol van het Hof van Cassatie was destijds beperkt tot die van doorgeefluik, maar ook dit moest enkele jaren geleden worden gewijzigd na tussenkomst van het Grondwettelijk Hof. Het Hof van Cassatie vervult nu de functie van onderzoeksgerecht, dat de bezwaren tegen de magistraat moet onderzoeken.

Een volledig overzicht

In het boek ‘De rechter voor de rechter’ geeft de auteur een overzicht van de regels inzake voorrecht van rechtsmacht, zoals deze vandaag de dag moeten worden geïnterpreteerd.

Het voorrecht van rechtsmacht maakt ook het voorwerp uit van een omzendbrief van het College van procureurs-generaal bij de hoven van beroep, die in het licht van de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof begin 2022 grondig werd herwerkt.

Ook deze omzendbrief werd in het boek verwerkt. Daardoor geeft het werk ook aan hoe de parketten moeten optreden wanneer zich dringende bewarende maatregelen opdringen, zoals in geval van verkeersinbreuken of bij alcoholcontroles.

Deze publicatie is nuttig voor al wie betrokken kan raken bij een onderzoek lastens personen met voorrecht van rechtsmacht en hun mogelijke mededaders en medeplichtigen. Ook advocaten en leden van de opsporingsdiensten die met een onderzoek naar personen met voorrecht van rechtsmacht kunnen worden gelast, kunnen met het boek hun voordeel doen.

Over het boek

De rechter voor de rechter

Francis Desterbeck

September 2022
ISBN 9789400015142


Onze klanten raadpleegden ook:

Strafrecht | Mei 2022

Salduz en de Belgische ondervragingscultuur | Maarten Colette

Bij Intersentia verschijnt in mei 2022 het boek ‘Het Salduzacquis in verhouding tot de Belgische ondervragingscultuur’ van Maarten Colette, gastprofessor aan de VUB. Intersentia sprak met de auteur. Lees meer.

Volg ons:     

              

Ons gratis tijdschrift:

· Emile & Ferdinand

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrieven!