Interview

Het pleidooi en de rechter. Een moderne leidraad bij het pleiten

Larcier-Intersentia interviewde de auteurs Pierre Thiriar en Axel De Schampheleire ter gelegenheid van de publicatie van het boek Het pleidooi en de rechter. Een moderne leidraad bij het pleiten

Elke jurist heeft pleidooien gehoord die weinig tot niets aan het gerechtelijk debat toevoegden: te lang, te herhalend, te theatraal en uiteindelijk irrelevant voor de beslissing.
Dit boek vertrekt van een noodzakelijke vaststelling: wie goed pleit zonder goed te analyseren, overtuigt bij toeval. Wie structureel overtuigt, begrijpt hoe rechters denken, beslissen en motiveren.
Het pleidooi en de rechter is geen handboek over retoriek en geen verzameling trucjes. Het is een methodologisch boek over juridische analyse, argumentselectie en beslissingsrelevantie. Het toont waarom het pleidooi niet het begin, maar het eindpunt is van een intellectueel proces dat lang vóór de zitting start.
Aan de hand van concrete inzichten uit de rechtspraktijk en analysekaders leert dit boek keuzes maken: wat moet gezegd worden, wat geschreven en vooral wat bewust moet worden weggelaten. Want een goed pleidooi zegt niet alles, maar wel alles wat de rechter nodig heeft om te beslissen. Ook de rol van de advocaat als procesactor komt daarbij scherp in beeld.
Dit boek richt zich tot studenten die willen leren denken als jurist, tot beginnende advocaten die hun pleidooien functioneler willen maken en tot ervaren pleiters die hun intuïtie willen onderbouwen met methodologische scherpte. Ook rechters vinden hier een herkenbare spiegel van wat zij in de rechtszaal nodig hebben en wat niet.

De kracht van dit boek ligt in de gekruiste blik van zijn auteurs.
Pierre Thiriar is raadsheer in het hof van beroep te Antwerpen en docent gerechtelijk recht. 
Axel De Schampheleire is advocaat en plaatsvervangend rechter in de ondernemingsrechtbank Antwerpen en onderwijsassistent. 
Hun gedeelde ervaring — aan de balie, op de rechterstoel en in het onderwijs — vormt de basis van een boek voor wie het ernstig meent met het pleidooi.

Jullie openen het boek met een bijna provocatieve these: “pleiten is geen kunst van het spreken, maar een kunst van het denken”. Wat stoort jullie zo aan het klassieke beeld van het pleidooi?

Het probleem is dat het begrip “pleiten” bij velen onmiddellijk beelden oproept van welsprekendheid, flair en theater. In opleidingen, pleitwedstrijden en populaire cultuur lijkt pleiten vooral een communicatieve vaardigheid: wie goed spreekt, zou goed pleiten. Wij zien in de rechtszaal precies het omgekeerde. Slechte pleidooien zijn vaak perfect uitgesproken, maar intellectueel leeg. Goede pleidooien zijn soms minder spectaculair, maar uitermate helder en scherp, omdat ze voortkomen uit een diepe casusanalyse.
Wie goed pleit zonder goed te analyseren, pleit bij toeval, schrijven we in de inleiding. Dat is de kern. Het mondeling pleidooi is voor ons het zichtbare eindpunt van een grotendeels onzichtbaar proces van ordenen, selecteren en juridisch denken. Wie dat proces overslaat, kan aan de balie onmogelijk nog redden wat aan het bureau is misgelopen.

In het eerste deel benadrukt u dat een pleidooi enkel zin heeft “bij gratie van zijn functie”. Wat is die functie precies?

Eerst en vooral leeft bij veel advocaten nog steeds de veronderstelling dat de rechter het dossier nauwelijks kent en pas op zitting voor het eerst echt geconfronteerd wordt met de zaak. Dat is een misvatting. Heel wat rechters bereiden hun dossiers grondig voor en vormen zich vooraf al een voorlopig analytisch kader. Dat zij op de zitting soms een eerder terughoudende of passieve houding aannemen, heeft niet te maken met onvoorbereidheid, maar met professionele terughoudendheid: men wil vermijden de indruk te wekken dat het oordeel al vastligt. In werkelijkheid weten rechters vaak zeer snel waarover het geschil gaat en welke vragen juridisch beslissend zijn. Het pleidooi moet dus niet vertrekken vanuit de fictie dat men “het dossier nog moet uitleggen”, maar vanuit het besef dat men ingrijpt in een reeds lopend denkproces.

Daarmee samenhangend willen wij vooral benadrukken hoe gevaarlijk het is om tegen het dossier te pleiten. Wie argumenteert alsof bepaalde stukken of vaststellingen niet bestaan, verliest niet alleen aan overtuigingskracht, maar vooral aan geloofwaardigheid. Rechters herkennen onmiddellijk wanneer een pleidooi zich losmaakt van het dossiermateriaal. In plaats van te overtuigen, creëert dat afstand. Het pleidooi moet het dossier verdiepen en structureren, niet herschrijven.

In een wereld waarin de juridische praktijk steeds meer ondersteund wordt door generatieve AI, verandert bovendien de rol van zowel advocaat als rechter. We evolueren naar een context van co-intelligentie, waarin beide actoren expertgebruikers worden van legal AI-systemen. De technologie versnelt analyse en informatieverwerking, maar ze vervangt niet het menselijk oordeel. De “mens in de loop” blijft essentieel: iemand moet keuzes maken, prioriteiten bepalen en beslissingspaden formuleren. Net daar krijgt het pleidooi een hernieuwde betekenis. Niet als herhaling van wat reeds geschreven of door AI gegenereerd is, maar als het moment waarop een menselijk, juridisch gefilterd verhaal richting geeft aan de beslissing.

Het pleidooi is dus geen ceremonieel sluitstuk, maar een cruciale interventie in het beslissingsproces. 
Het biedt de advocaat de kans om de rechter mee te nemen in de manier waarop het geschil juridisch kan worden opgelost: niet door meer informatie toe te voegen, maar door helder te maken welke weg door het dossier leidt naar een juridisch houdbare en motiveringsklare beslissing. In die zin wordt het pleidooi misschien zelfs belangrijker dan vroeger: precies omdat dossiers vandaag sneller en vollediger gelezen worden — al dan niet met AI-ondersteuning — moet het mondelinge betoog focussen op richting, selectie en betekenis.

Misschien is dat wel de kern: het pleidooi is niet het moment waarop de advocaat het dossier presenteert, maar het moment waarop hij de rechter een beslissingspad aanreikt. Dat vraagt vertrouwen in het dossier, in de analyse en in de intelligentie van de rechter en de moed om weg te laten wat niet beslissingsrelevant is.

Jullie zijn scherp voor het “conclusies voorlezen”.

Niet wij, de rechters. In het boek komt het bijna als doodzonde terug. Rechters zeggen letterlijk dat ze mentaal afhaken zodra de advocaat zijn conclusies begint voor te lezen. Dat is geen kwestie van ongeduld, maar van functie: wie voorleest, toont impliciet dat hij niet heeft nagedacht over wat mondeling relevant is. Het pleidooi mag geen tweede, mondelinge versie van hetzelfde document zijn; het moet een synthetische interventie zijn op het beslissingsmoment.​

Jullie maken een scherp onderscheid tussen conclusies en pleidooi. Waarom is dat zo belangrijk?

Omdat het twee totaal verschillende oefeningen zijn. Conclusies zijn analytisch: zij streven naar volledigheid, leggen het feitencomplex uitgebreid uit, verzamelen rechtspraak en rechtsregels en werken systematisch tegenargumenten uit. Het pleidooi is daarentegen een oefening in synthese: het destilleert uit die veelheid enkel wat beslissingsrelevant is voor de rechter, hier en nu, in deze zitting.​

We stellen het zo: de conclusie is defensief – men wil niets over het hoofd zien – het pleidooi is doelgericht. Een pleidooi dat alles opsomt wat in de conclusie staat, vergroot enkel de cognitieve belasting van de rechter. Een goed pleidooi bevat minder informatie dan de conclusie, maar meer richting. Daarom zeggen we ook dat een goed pleidooi per definitie onvolledig is: het zegt niet alles, maar wel alles wat op dat moment moet worden gezegd.​ 

Dat veronderstelt veel vertrouwen?

Absoluut. Vertrouwen in de eigen analyse, in het dossier én in de rechter. Veel onervaren pleiters durven niet weglaten, uit angst dat iets “verloren” zou gaan als het niet mondeling herhaald wordt. Maar rechters lezen dossiers. Wat niet mondeling wordt hernomen, verdwijnt niet uit het dossier. Wie alles zegt, verraadt meestal dat hij niet goed weet wat echt doorslaggevend is.​

Jullie stellen in hoofdstuk 3 een schijnbaar eenvoudige, maar cruciale vraag: “Voor wie pleit je eigenlijk?” Wat is jullie antwoord?

Het intuïtieve antwoord is: voor de cliënt. Dat is begrijpelijk, maar juridisch verkeerd. Het pleidooi is een proceshandeling in een gerechtelijke procedure en is gericht tot één actor: de rechter. Alleen de rechter beslist en motiveert. Wie pleit alsof de cliënt het doelpubliek is, pleit vrijwel zeker slecht.​

De rechter luistert niet als toeschouwer, maar als beslisser. Hij heeft geen behoefte aan morele verontwaardiging of retorisch spektakel, maar aan helderheid over de vraag welke feiten en rechtsgronden zijn beslissing kunnen dragen. Wij raden advocaten zelfs aan dit expliciet met de cliënt te bespreken: het pleidooi dient om het beslissingsproces van de rechter te sturen, niet om de cliënt te imponeren.​

Jullie zijn ook kritisch voor het theatrale pleidooi.

Het idee dat een goed pleidooi per se dramatisch, emotioneel of “filmisch” moet zijn, is een hardnekkige mythe. Rechters zeggen zeer duidelijk dat theatrale stijl zelden iets oplevert behalve irritatie. In het boek citeren we een Limburgse rechtbankvoorzitter: “Wie theater speelt, heeft meestal iets te verbergen.” Natuurlijk kan emotie relevant zijn, bijvoorbeeld in straf- of familiezaken, maar ze moet juridisch gekaderd worden. Emotie zonder juridische vertaling is ruis.

Jullie verwijzen naar Walter Van Gerven en beschrijven het rechterlijk beslissen als zelden zuiver lineair. Hoe beïnvloedt dat het pleidooi?

De klassieke voorstelling – eerst volledig analyseren, dan logisch redeneren, dan beslissen – is niet realistisch. Mensen, ook rechters, vormen vaak eerst een voorlopige overtuiging en disciplineren die nadien juridisch via motivering. Dat is geen cynisme, maar een empirische vaststelling. De legitimiteit van de beslissing staat of valt met de juridische coherentie van de motivering.​


Precies daar krijgt het pleidooi zijn volle betekenis. De rechter komt zelden “met een lege geest” de zaal binnen; hij heeft al een beeld, hypotheses, vragen. Een goed pleidooi grijpt in op die voorlopige overtuiging: het aangeleverde beslissingspad maakt het mogelijk om de intuïtieve keuze juridisch te verankeren of bij te sturen. Herhaling van de conclusies komt dan gewoon te laat in het beslissingsproces.​

Jullie zeggen op verschillende plaatsen: “Pleidooien mislukken zelden aan de balie, ze mislukken aan het bureau.” Wat bedoelen jullie precies?

Wanneer rechters afhaken, is dat zelden door aarzelend spreken, maar omdat het betoog geen richting heeft. De advocaat herhaalt het dossier, dwaalt af, ontwijkt vragen of pleit tegen vaststaande feiten. Dat zijn symptomen van een gebrekkige casusanalyse. Wie niet weet wat juridisch beslissend is, kan niet selecteren; wie niet selecteert, zegt alles.​

Casusanalyse is daarom geen leuke extra, maar een noodzakelijke voorwaarde. Eerst moet het dossier worden doorgrond: welke rechtsvragen (Issue) zijn echt aan de orde, welke regels (Rule) zijn dragend, hoe passen de feiten daarin (Application) en tot welke voorlopige conclusie leidt dat (Conclusion)? Pas daarna kun je zinvol beslissen wat in de conclusies uitgewerkt wordt en wat mondeling wordt benadrukt.​

Jullie werken daarvoor met IRAC en de Crombag-analyse. Waarom twee kaders?

IRAC – Issue, Rule, Application, Conclusion – dwingt tot methodologische discipline: eerst de rechtsvraag scherp formuleren, dan selecteren welke normen relevant zijn, vervolgens die toepassen op de feiten en pas dan concluderen. Het voorkomt dat men “al schrijvend” of “al pleitend” pas begint na te denken. IRAC is geen invulschema, maar een denkkader dat richting geeft.

Maar IRAC alleen volstaat niet. Daarom voegen we een Crombag-analyse toe als tweede laag. Die confronteert je met vragen als: wat staat vast, wat is betwist, welke alternatieve verklaringen zijn mogelijk, waar zitten de zwakke punten in mijn eigen standpunt, welke argumenten zijn psychologisch aantrekkelijk maar juridisch fout? Het is een vorm van intellectuele zelfcontrole, een bescherming tegen tunnelvisie.​

Jullie hameren voortdurend op “beslissingsrelevantie”. Wat verstaan jullie daaronder?

Beslissingsrelevantie is het enige criterium dat in het pleidooi mag gelden. Niet: is dit waar, interessant of indrukwekkend? Maar: heeft de rechter dit nodig om de beslissing te kunnen nemen en motiveren? Alles wat die toets niet doorstaat, hoort niet in het pleidooi.​

Dat geldt overigens niet alleen voor het pleidooi, maar ook voor repliek en dupliek. Repliek is geen bijlage bij het pleidooi en geen emotionele tegenaanval; ze dient enkel om die elementen uit het betoog van de tegenpartij te neutraliseren die, indien onbeantwoord, de beslissing kunnen beïnvloeden. De rest is ruis. Daarom schrijven we: analyse is altijd ruimer dan argumentatie; wat analytisch juist is, wordt niet noodzakelijk uitgesproken.​

Dat vergt ook moed om niet te reageren?

Zeker. Luisteren is een actieve vaardigheid. Een goede repliek reageert enkel op wat echt nieuw en beslissingsrelevant is. Soms is de beste repliek geen repliek. Dat is tegen-intuïtief voor veel pleiters die menen altijd “het laatste woord” te moeten nemen, maar het straalt professionaliteit uit.

In een volledig hoofdstuk behandelen jullie vragen van de rechter. Waarom is dat zo’n centraal thema?

Voor beginnende pleiters zijn vragen vaak bron van paniek: “De rechter gelooft mij niet, hij is tegen mij.” Wij proberen die reflex te doorbreken. Vragen zijn geen beoordeling van de persoon van de pleiter, maar instrumenten van rechterlijk denken. Ze tonen waar de rechter zich in zijn beslissingsproces bevindt: hij zoekt duidelijkheid, wil twijfel wegwerken of test een mogelijke redenering.​

De gevaarlijkste situatie is niet dat de rechter veel vragen stelt, maar dat hij er geen stelt. Geen vragen kan betekenen dat de zaak kristalhelder is, maar ook dat het pleidooi de rechter niet raakt of geen aanknopingspunten geeft. Wij noemen vragen “kompaspunten”: ze laten zien waar de kern ligt en waar je je pleidooi of repliek moet bijsturen.​

Wat doet een pleiter dan concreet met zo’n vraag?

Niet onmiddellijk antwoorden. De grootste fout is antwoorden vóór men heeft begrepen wat er eigenlijk gevraagd wordt. Een korte stilte om de vraag te analyseren is geen zwakte, maar een teken van controle. Antwoorden zijn er om te verduidelijken, niet om uit te breiden of een heel nieuw spoor te openen. En ze moeten altijd passen binnen de structuur van het pleidooi, zodat je nadien terug kunt keren naar je beslissingspad.​

Jullie baseren je op een ruime bevraging van rechters. Wat zeggen zij zelf dat ze van een pleidooi verwachten?

Ze zijn opvallend eensgezind. De kernfunctie van het pleidooi is voor hen: verduidelijken wat uit het dossier niet onmiddellijk blijkt, de kern van het geschil zichtbaar maken en hen helpen een juridisch verantwoorde beslissing te nemen. Niet: demonstreren hoeveel de advocaat weet.​

Boven alles verwachten rechters grondige dossierkennis. Gebrek daaraan is dodelijk voor de geloofwaardigheid: niet kunnen antwoorden op gerichte vragen, beweringen doen die strijdig zijn met het dossier, of tijdens het pleidooi in de bundel moeten zoeken. Daarnaast verwachten zij structuur, beknoptheid en eerlijkheid over zwakke punten. Pleiten tegen het dossier in de hoop dat de rechter het niet gezien heeft, wordt door rechters zelf “dodelijk voor de geloofwaardigheid” genoemd.​

In het slothoofdstuk schrijven jullie dat dit boek uitdrukkelijk niet bedoeld is als verzameling technieken. Wat is het wél?

We hebben heel bewust gekozen om geen “trucjesboek” te schrijven. Pleiten is geen repertoire van standaardzinnen of houdingen die je zomaar kunt kopiëren. Het is een professionele houding: een manier van denken, analyseren en spreken die de rechterlijke beslissing ernstig neemt en probeert er eerlijk en doeltreffend aan bij te dragen.​

Vandaar ook onze nadruk op bescheidenheid. De advocaat is niet de hoofdrolspeler, maar een professionele participant in een beslissingsproces. Een goed pleidooi is, zoals een rechter het formuleert, “geen demonstratie van kennis, maar een dienst aan de rechterlijke beslissing”. Je pleit dus niet voor de galerij, niet om een mooi persartikel, maar om de rechter de best mogelijke juridische redeneerlijn aan te reiken.​

En wie is volgens jullie de ideale lezer van dit boek?

In de eerste plaats studenten en beginnende juristen. We veronderstellen geen praktijkervaring, wel bereidheid tot intellectuele discipline. We willen hen niet leren mooier spreken, maar juister denken.​

Maar tegelijk sluiten we nauw aan bij de praktijkverwachtingen van rechters, zodat ook ervaren advocaten zich aangesproken weten. We nodigen hen uit om hun gewoonten te toetsen: durf ik echt weglaten, denk ik voldoende als rechter, of pleit ik nog te veel voor mijn cliënt of voor mezelf? In de woorden van het boek: pleiten leer je niet uit een boek, maar zonder nadenken over pleiten leer je het nooit goed.​

Over het boek

Het pleidooi en de rechter
Een moderne leidraad bij het pleiten

Pierre Thiriar en Axel De Schampheleire

Februari 2026
ISBN 9789400020337


Onze klanten raadpleegden ook:

Gerechtelijk | December 2025

De balancerende rechter. Rechtsvorming in het Belgisch burgerlijk procesrecht | Max De Schryver

Larcier-Intersentia interviewde dr. Max De Schryver naar aanleiding van de komende publicatie van het boek De balancerende rechter. Rechtsvorming in het Belgisch burgerlijk procesrecht. De auteur vertelt meer over de aanzet tot dit boek, de structuur van het boek, ... Lees meer.

Gerechtelijk | Augustus 2024

De rechtsvormende rol van het Belgische Hof van Cassatie in een Europese gelaagde rechtsorde: een thematische rechtspraakanalyse in het domein van het procesrecht | Aurélie Hendrickx

De vraag rijst over wat de rechtsvormende taak van het Hof van Cassatie vandaag nu precies (nog) inhoudt, of nog, over welke ‘autonomie’ de hoogste rechter vandaag nog beschikt en dit is nu juist de probleemstelling die de basis is geweest van het door dr. Aurélie Hendrickx uitgevoerde onderzoek, dat ook geresulteerd heeft in dit boek. Larcier-Intersentia interviewde auteur dr. Aurélie Hendrickx naar aanleiding van deze nieuwe publicatie en stelde haar enkele interessante vragen. Lees meer.

Volg ons:     

              

Ons gratis tijdschrift:

· Emile & Ferdinand

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrieven!